Met een hoge snelheid van pakweg 40 knopen scheuren we over de
azuurblauwe Caribische Zee richting Caye Caulkner, al laverend tussen de talloze
onbewoonde koraaleilandjes. Diepzeeduiken tussen de riffen is hier een
van de favoriete sportieve bezigheden. Caulkner is een toeristeneiland
dat vooral jonge backpackers aantrekt. Je kunt er een 'easy going'
leventje leiden.
Zonnen bij The Cut
Tegen zonsondergang zitten
we biertjes te drinken bij The Cut (een geul die het eiland in tweeën
splitst). De Cats zijn er, Hanny met blote borstjes is van de partij, evenals Mark, Thea en Frenk. Zelfs Luc laat er even zijn gezicht zien, zodat
het gezelschap compleet is. Verder houden zich hier vooral jonge trekkerstypen
bij het piepkleine strandje op. We zijn getuige van een schitterende
zonsondergang. Later eten we bij Martinez, een mulattenfamilie die een
armoedig restaurant drijft waar nauwelijks westerlingen komen. Clim speelt
poppenkast met een beer voor een klein lief meisje. Het wicht heeft echter
meer aandacht voor die baardige blanke dan voor dat grappige beertje.
Tegenover ons Rainbow Hotel ligt een terras op palen, waar we biertjes
drinken. We hebben een eigen hond opgedaan die ons overal trouw volgt. Op de
veranda uitpuffen, het is nog steeds broeierig. Jos gaat aan het
gedistilleerd. 's Nachts herrie voor de tent. Hanny is zo zat als een aap en
wordt door een stel locals (en Nico?) thuisbezorgd.
Jos in reggae - café
Clim bij de kreeftenkooien
Reggaemuziek
wat de klok slaat
We slapen uit tot half negen (!) We ontbijten op het
paalterras, waar ook de Cats nog half verdoofd bij zitten te komen van hun
alcoholische uitspattingen. Een machotype probeert ons van alles aan te
smeren, het volk hier ziet er nogal onguur uit. We maken er een luilakdag van.
Veel wandelen dus, langs de kust, op en af. Rotzooi, willekeurig weggegooid
afval alom, jarenlang achterstallig onderhoud. In een reggaecafé met
schommels rusten we uit op een etageterras. Dit is pas echt luieren en dat
zijn we niet echt gewend, zeker niet op vakantie!
Als we de andere kant van het
eiland verkennen worden we bij een kreeftenkwekerij onaangenaam verrast door
een wazig rasta figuur met bloeddoorlopen ogen die Clim met een soort riotgun onder schot houdt. We bevinden
ons op verboden terrein, volgens hem. Het bordje "No trespassers"
hebben we overigens niet gezien; toegegeven, doorgaans letten we daar ook niet
zo op. We mijden elke onverwachte beweging om die trillende vinger aan
de trekker maar niet in actie te laten komen. Zo weten we ons heelhuids uit de situatie terug
te trekken door die bewaker ervan te overtuigen dat we gewone toeristen zijn
en geen agenten in burger van de Amerikaanse DEA (Drug Enforcement Agency).
Spoorslags verlaten we dit obscure gedeelte van het eiland. Waarschijnlijk zijn we onbedoeld op het erf van smokkelaars of drug traffickers gestoten.
In de plaatselijke kranten is regelmatig sprake van opgerolde drugsbendes die
de eilanden als tussenstation op hun route Columbia - Verenigde
Staten benutten. Ook "onze" eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao schijnen als
springplank gebruikt te worden. Natuurlijk houden we weer een siësta; vandaag is
het daarvoor een uitgelezen dag!
Snorkelen
of terrasje pikken
In de namiddag zitten we
langdurig op een terras nabij de aanlegsteigers. De rest van de groep is aan
het snorkelen. We gebruiken hier ook het avondeten: pork chops die een
zwaarlijvige zwarte vrouw voor ons klaarmaakt. De rest van de avond brengen we
in de kroeg tegenover het hotel door, omringd door zwarten die verveeld heen
en weer lopen, ogenschijnlijk doelloos. Waarschijnlijk worden hier duistere
zaken afgehandeld. Ook zitten we nog een tijdje op de porch, genietend van een
zachte bries uit zee.