|
|
AMORBACHBenedictijner Abdij met kerk
Wenzel Hübner speelt op het orgel van de abdijkerk in Amorbach. Het is half
twaalf in de ochtend. Door de kerkramen valt zonlicht op het rijkversierde
altaar, op de barokke wandschilderingen, op de engeltjes met hun melkwitte
hoofdjes en gouden vleugeltjes. Hübner speelt het Thema con Variatione van
Lasceux, het Ave Maria van Gounod, een fuga van Bach. Boven de hoofden van de
muisstille luisteraars gaan muziek en zonnelicht in elkaar op. Het barokke orgel
- met 66 registers, 5116 pijpen en een klokkenspel - is een van de grootste van
Europa. Het is een creatie van de broers Stumm uit 1782 en het is niet alleen op
lp's en cd's te beluisteren, maar tussen april en november ook dagelijks twee
keer live.
UIT ONS VERSLAG Het ontbijt is in orde, niets anders verwacht. Het ziet er niet goed uit
buiten: mist en motregen. Het klaart een beetje op als we vertrekken. Nog geen
half uur verderop ligt het stadje Amorbach, nooit van gehoord eigenlijk. We
parkeren de auto langs een snelstromend riviertje aan de rand van de binnenstad.
Door de regen lopen we naar het centrum, waar rondom de imposante abdijkerk een
soort kermis en markt bezig is. Veel klandizie is er niet. Aan de zijkant is de
ingang van de Benedictijner Abdij met kerk (1742 – 1747). We komen net te laat
voor een rondleiding, maar mogen met de groep meelopen naar een speciale
uitvoering op het befaamde orgel (66 registers en 5116 pijpen) in de kerk. Daar
beluisteren we het Vorspiel dat de organist voor ons verzorgt: hij speelt Händel
(Königin von Saba, opus 67), Bach (Kyrië) en andere componisten. Clim herkent
enkele stukken uit zijn eigen collectie klassieke werken. Het is een groot en
beroemd orgel en ziet er prachtig uit. Trouwens de hele kerk in barokstijl
vinden we bijzonder aardig. Na het orgel krijgen we onze echte rondleiding.
|