|
|
REICHENAUKLOSTERINSEL
Dicht bij Konstanz ligt in de Untersee het eiland Reichenau (4.800 inw.) met de dorpen Oberzell, Mittelzell en Niederzell. Van grote betekenis voor de ontwikkeling van het eiland is het benedictijner klooster geweest, dat hier in 724 werd gesticht. De geleerde abt Walafried Strabo schreef in de 9e eeuw het boek De cultura hortorum dat inspireerde tot het aanleggen van een kruidentuin. De monniken hielden zich door de eeuwen heen overigens niet alleen met tuinbouw bezig. De hier vervaardigde fraai geïllustreerde boeken worden als kostbare handschriften in diverse Duitse bibliotheken bewaard. Ook het werk van de goudsmeden uit het klooster van Reichenau was beroemd. Tot in de 13e eeuw heeft het klooster ook op de ontwikkeling van het religieuze leven grote invloed uitgeoefend. Daarna werd de betekenis minder; in 1757 werd het klooster opgeheven.
Een dam voert naar het eiland Reichenau. De in 724 aldaar gestichte benedictijnerabdij maakte de 'Reiche Au' (rijke landbouw) vele eeuwen tot een van de belangrijke cultuurcentra van Europa. Het klooster werd in 1799 opgeheven. Van de vele kerken, kloosters met waardevolle bibliotheken en kloosterscholen van de benedictijnen aan wie de cultuur van het westen zo onvoorstelbaar veel te danken heeft, zijn op Reichenau de volgende bouwwerken bewaard gebleven: de oorspronkelijk Romaanse St. Maria und Markus Munster in Mittelzell waarvan vooral de schatkamer met kerkelijke voorwerpen uit de bloeitijd van het klooster bezienswaardig is; de Stiftskirche (kapittelkerk) St. Peter und Paul in Niederzell, een in de 8ste eeuw begonnen en in de 11de eeuw voltooide driebeukige zuilenbasiliek, en de Stiftskirche St. Georg in Oberzell waarvan het interieur met fresco's nog zuiver Romaans is. UIT ONS VERSLAG Unesco – eiland Reichenau
We bezoeken er de Münster in Mittelzell, een abdijkerk uit de negende eeuw. Sinds 724 wordt het oord al door pelgrims bezocht. De vroegere abten hebben grappige namen zoals Waldo, Berno, Hatto en Strabo. Het is een lege hallenkerk in de stijl van een Romaanse basilica, waar wij wel een betaalde blik in de Schatzkammer met zijn monstranzen, cibories, kelken en kostbare manuscripten werpen. Mooi vinden we de gouden en zilveren heiligenschrijnen die van hoogwaardige ambachtelijke smeedkunst getuigen. In de kerk is alleen het hekwerk dat het hoogaltaar afschermt dat aan barok doet denken. Er zijn ook enkele fresco’s herkenbaar, maar de mooiste bevinden zich in de kleinere kerken van het eiland: de Petrus en Paulus – kerk en de Sankt Georg. Die we overigens niet bezoeken, want het is al laat en we besluiten niet met de veerboot vanaf Konstanz naar Meersburg het meer over te steken, maar gewoon de weg te nemen. Dat betekent wel een heel stuk om, maar een gedeelte is autoweg, dat schiet tenminste op. |