|
Broer Corné bracht me naar het station. De trein vertrok om 09.00 uur. Alles
verliep probleemloos. Ik werd overal doorgewuifd. In de tax free shop van
Schiphol schafte ik me wodka, van Nelle shag en een slof Gauloises aan. In de DC
10 van THI (Turkish Airlines) was vrije plaatskeuze. Alle rokersplaatsen waren
inmiddels bezet, dus moest ik gedurende de gehele reis het roken laten. Ik zat
naast een zwijgzame Turk.
Ook op de luchthaven van I. liep alles soepel. Direct geld wisselen (EC) en per
taxi op weg naar de binnenstad, samen met een Nederlandse Turk die in Essehir
zijn stervende moeder ging opzoeken. Het motregende en al gauw kwamen we vast te
zitten in het chaotische verkeer. Om half acht vond ik onderdak bij hotel Tuna
in de wijk Findikzade bij Aksaray. Ik kreeg een kamertje (f 8) op het dak
toegewezen, de dag daarna zou ik een heuse kamer met bad en toilet à raison van (f 15)
krijgen. In het hotel liepen heel wat gevluchte Iraniërs rond. De
hotelbaas liet zich alleen blikken als er geld gebeurd moest worden.
Om acht uur ‘s avonds kon ik al op verkenning uitgaan. De wijk deed me sterk
denken aan bepaalde wijken in Athene. Ik at schaslik in een restaurant en dronk
bier in een videocafé. Aan een stalletje kocht ik een kilo mandarijnen voor twee
kwartjes. Beladen met een voorraad bier en water beklom ik tegen 11 uur de zes
trappen die naar mijn dakkamertje zonder wastafel en klerenkast leidden. Ik
begon aan het eerste van de twee dikke boeken die ik bij me had: ‘De Kardinaal
van het Kremlin’ van Tom Clancy.
De volgende ochtend viel er nog steeds een gestage regen uit de grauwe lucht. Ik
nam de overvolle bus naar de centrumwijk Beyazit, waar ik ansichtkaarten kocht
en tijdens het ontbijt schreef ik die vol, gericht aan alle collega’s die bij
het project Allochtonen op school betrokken zijn. Ook de twee pas benoemde dames
bracht ik op deze wijze mijn groeten over.
 |
 |
Om te ontsnappen aan de voortdurende gesel van de weergoden, zocht ik mijn
heil in de immense overdekte bazaar. Toen het opklaarde vervolgde ik mijn
toeristische gang naar de monumenten die je niet gemist mag hebben:
- Sultan Ahmet Cami (de Blauwe Moskee)
- Aya Sophia
- Yerebatan Saray (de onderaardse cisterne - waterreservoir uit Byzantium)
De laatste had men uitgebouwd tot een echte toeristische attractie, een "son et
lumière"-spektakel. In de enorme hal staan honderden zuilen en pilaren met hun
voeten in het water. Dartele muziek van Vivaldi en Mozart vulde de vochtige
gewelven, schijnwerpers in allerlei mogelijke kleuren gingen beurtelings aan en
uit en zorgden voor een bijna psychedelisch effect. Het woud van zuilen beslaat
een ruimte van 75 bij 100 meter en bestaat uit verschillende soorten zuilen uit
allerlei tijdperken; je kunt dat goed zien aan de stijl en vormgeving van de
kapitelen. Istanbul heeft er dus weer een trekpleister bij. Goed voor de
dollars.
Via het Sirkeci - station belandde ik bij het Eminönö - plein. waar ik de
bus. terug naar het hotel pakte. Het was bijna vier uur. Mijn nieuwe kamer was
uiteraard beduidend groter, maar rook onfris omdat er geen afscheiding tussen
doucheruimte / w.c. en de kamer zelf was. Ook ontdekte ik een kakkerlak, een
kleintje maar. De centrale verwarming stamde uit de jaren vijftig, maar deed het
nog uitstekend gezien de broeiende hitte die er in de kamer hing.
's Avonds zocht ik een ander gedeelte van de wijk op. Ik ontdekte een
biljartzaal, waar ik vaste klant zou worden. Bij de hotelreceptie amuseerde
ik me nog met gekke Ali (doorgedraaid toen zijn vrouw er met een ander vandoor
ging, zo vertelde men tenminste) en Hafez, een Amerikaans en ook Turks sprekende Iraanse vluchteling die mijn Turks op
de proef stelde. In de late avonduurtjes zat ik op mijn kamer te schrijven,
lezen en drinken. Dit laatste werd me fataal; ik dronk mijn wodka uit een
roestvrij stalen Indiase beker. Ik mixte met steeds minder mineraalwater zonder
dat ik dat in de gaten had, waardoor ik uiteindelijk nogal dronken raakte.
Hiernaast: Blauwe Moskee (Sultan Ahmet) |
 |

 |