|
Na een rustige nacht sta ik in een frisse ochtend besluiteloos op de kaden
van Kadiköy te drentelen. Ik eet een lahmacun, drink een glas sinaasappelsap.
Wat zal ik vandaag gaan doen? Ik besluit het toeval een handje te laten helpen.
Het zal óf Kadiköy (een moderne wijk op de Aziatische oever) óf Rumeli Hisar
(een oude vesting aan de Europese oever) worden, afhankelijk van de vertrektijd
van het van toepassing zijnde vervoermiddel. Het werd Rumeli Hisar, want de bus
daarnaar toe vertrok eerder dan de boot naar Kadiköy. Via Besiktas, Levent,
Bebek en Asiye bereik ik het dorpje aan de voet van het kasteel. Er vlakbij ligt
de progressieve Bosfor - University (vroeger het American College), waar ik een
broodje eet in de goedkope mensa. Ik val er hoegenaamd niet op tussen de
verwesterde studenten. De universiteit is prachtig gelegen op de hoge oever en
mag zich verheugen op spectaculaire uitzichten.
 |
 |
De burcht Rumeli Hisar ligt precies op het smalste deel van de Bosporus (600 m
breed) en is gebouwd in 1452 tijdens de belegering van Constantinopel door de
Osmaanse Turken. Tot mijn verbazing is de tweede brug over de zee-engte
inmiddels al gereed gekomen, hij ligt er vlakbij. Behalve een Italiaans echtpaar
met verwende 15-jarige dochter was ik de enige belangstellende. Midden in de
vesting ligt een nog niet zo oud theater; 's zomers worden hier voorstellingen
gehouden. Op een verwarmd terras bestel ik een samovar thee (8 kopjes), ik maak
er foto's van voorbij stomende schepen. Aan een stalletje eet ik verse mosselen
en tot mijn verbazing kan ik hier Engelstalige kranten kopen. Bij goed weer
komen hier wel degelijk toeristen; in het theehuis zaten 5 obers zich door
gebrek aan klandizie te vervelen, daarom speelden zij onderling maar een
spelletje bingo; de hoofdkelner (de Ober) las de nummertjes op.
Ik hield een touringcarbus aan die me meenam naar Taksim. Net als de vorige dag
pikte ik een bioscoopje, ditmaal een geheel ander genre, een soort natuurfilm
genaamd "L'Ours" (The Bear), over een berenfamilie in confrontatie met de
bloeddorstige jagermens in British Columbia. Heel aangrijpend, het publiek keek
ademloos toe. Weinig tekst, maar filmisch indrukwekkend.
Vanuit de filmzaal verken ik de hoerenwijk, maar daar is enkel ellende troef. Er
zijn helemaal geen hoeren meer! Een stukje verderop liggen wel nog clubs en
variététheaters met in de buurt opvallend veel kappers; zullen die dan erotische
diensten verlenen? De wijk ademt verval
uit. Het wemelt er wel van de speelholen. Terwijl ik door de steegjes loop galmt
er ineens een pistoolschot door de nacht. Niemand komt er achter hoe en wat er
is gebeurd. Er is een avondlijke groente- en fruitmarkt. In Cicek Pasaji zit
letterlijk niemand. Ik betreed de wijk Bevoglu die in volstrekte duisternis is
gehuld. Ik daal de steile, slecht beklinkerde sloppen af naar de Galata - brug,
waar ik bij een kiosk weer eens muntjes voor Clim wissel.
Op straat word ik opeens ingesloten door een drietal opzichtig ingekleurde en
uitgedoste travestieten. Ze dansen om me heen, terwijl een van hen met
omfloerste tenorstem zingt: "Wenn ich so schön wäre wie dich, möchte ich gerne
ein Mann sein". Zeker in Berlijn geweest, het Mekka van de travestie in Europa.
Tegen negen uur ben ik weer in mijn straat. De stomerij blijkt gesloten, de
kleren zal ik dan maar morgenvroeg afhalen. Ik zoek een ander soort speelhuis op
waar voornamelijk oudere mannen zitten te kaarten en tric-trac (tabela) te spelen.
Hier geen biljart- en tafeltennistafels. Ik drink er echte, mierzoete Turkse
koffie. Ik beëindig de avond in mijn stam-speelhuis. Ik kom erachter waarom het
daar altijd zo druk is. Ertegenover ligt namelijk een particuliere school, een
lyceum, vandaar dat alle jongeren in deze zaak zo goed gekleed gaan. Achter het
bureau van de altijd aanwezige eigenaar staat een boekenkast met titels als "Billard
um halb Zehn" van Heinrich Böll en werk van o.a. de volgende wereldauteurs:
Faulkner, Flaubert, Stendhal, Cronin en Conrad, Agatha Christie. Ik ontdek er
zowaar Proust en Kafka! Op mijn vraag of die boeken ook wel eens gelezen worden
krijg ik een ontkennend antwoord. Hij kijkt me meewarig aan, lees ik dan soms
Hemingway? Toch moet iemand ooit die van deskundigheid getuigende
literatuurselectie hebben gemaakt. Misschien een leraar van het lyceum hier
tegenover, dat zich overigens in niets onderscheidt van een doorsnee
kantoorgebouw.
In bed begin ik aan een nieuw boek, "Bidden wij voor Owen Meany" van John Irving.

 |