ZIEK ALS EEN HOND
Om 4 uur 's nachts was het zover; oprispingen en brandend maagzuur dreven mij
naar het toilet waar ik over mijn nek ging. Ik vreesde het ergste.... En ja
hoor, ik moest een tweede keer vergeven, een derde, een tiende keer...
Bij het ochtendgrauwen was het nog steeds prijs. De grote walging en een
weemakend gevoel van misselijkheid bleef me urenlang plagen. Het klamme zweet
brak
me uit en ik kreeg het beurtelings warm en koud. De hele dag kwam ik niet van
mijn kamer af. Het overgeven vond plaats met een frequentie van eens in het half
uur. De Primperan - pillen die ik uit voorzorg had meegenomen bleken niet te
helpen.
's Middags moest ik een bezorgde poetsvrouw de deur wijzen; ze begreep er niets
van. De pillen maakten me slaperig, 24 uur lang bevond ik me in een schemertoestand,
tussen sluimeren en waken in. Af en toe probeerde ik te lezen, maar dat lukte
totaal niet. Ik deed mijn best om mezelf in de hand te houden en de opkomende
paniek te onderdrukken.
Precies om twaalf uur 's nachts sloeg plotseling de hik toe. Toen kreeg ik het
pas echt benauwd, ik moest alle zeilen bijzetten om mijn geestelijke evenwicht
te houden. Ik ben als de dood voor dit futiele maar uiterst vervelende
middenrifkwaaltje; uiteindelijk heeft de hik me ooit eens een 3-daags verblijf
in het ziekenhuis gekost...
Ik hield mijn adem in en bewoog niet… Het lukte me op deze manier om de hik te
verdrijven en gerustgesteld ging ik weer op mijn zij liggen. HIK! Opnieuw
probeerde ik het bekende trucje uit en opnieuw lukt het, zij het tijdelijk.
Urenlang ging het zo door. Ook het overgeven verminderde niet, de geografie van
de hier en daar gebarsten toiletpot kende ik dan ook uit mijn hoofd. Om 4 uur 's
nachts wierp ik voor het laatste een wanhopige blik op het bescheiden
reiswekkertje, dat meedogenloos doortikte. Met die tijd in mijn geheugen gegrift
en de bittere constatering dat ik de 24-uurs limiet van voortdurend kotsen en
hikken weer eens had doorbroken, zonk ik dodelijk vermoeid weg in een diep,
zwart gat.
Heel langzaam kwam ik weer bij mijn positieven. Traag daglicht en monotoon
verkeersgedreun drongen tot me door. Was het alweer ochtend? De macht der
gewoonte deed me naar mijn Gauloises grijpen, ik stak een sigaret op, inhaleerde
diep en realiseerde me opeens dat ik de hik had gehad en dat die nu op
onverklaarbare wijze verdwenen was en dat ik dat zo diende te houden. Ik doofde
de sigaret meteen.
Weer de oude
Na een hete douche was ik aanzienlijk opgeknapt. Als herboren draafde ik de trap
af en swingend betrad ik de receptieruimte waar ik iedereen hartelijk groette,
zelfs gekke Ali. Deze dag kon niet meer stuk, dat voelde ik en ik had dan ook
grootse plannen. Ik zou vandaag Istanbul veroveren! Vergeten was de periode
van ellende, het etmaal dat ik als een zielig hoopje op een smoezelig
bed in den vreemde mezelf lag te verwensen. Opgewekt stapte ik Istanbul binnen.
Na 5 minuten wachten om de straat veilig te kunnen oversteken is de euforie van
het aankunnen van de hele wereld gesmoord in een baaierd van uitlaatgassen. Ik
sta weer met beide benen op de grond en ik ken weer mijn bescheiden plaats als
één van de miljoenen in deze kolkende mensenmassa's. |

Entreekaartjes |


|