|
Zie hiervoor ook: Reis
Zonguldak / Istanbul
Tot negen uur, moesten we vervolgens in het verlaten station wachten. Slapen
was onmogelijk vanwege de vele lastige vliegen en de bijna ondraaglijke hitte.
Toch maar proberen op de harde banken een dutje te doen. Om negen uur kregen we
een privé‑ritje met een busje naar Edirne aangeboden, dit dankzij kennissen die
Jos met zijn Turks had opgedaan.
We werden voor het Bulgaarse consulaat afgezet. Daar wachtte ons de zoveelste
teleurstelling, wel dertig wachtenden waren voor ons. We schenen niet de enige
te zijn die moeilijkheden met de Bulgaarse overheid hadden. Zelfs een aantal
doorgewinterde Turkse bus‑ en vrachtwagenchauffeurs had problemen gekregen. De
Bulgaren namen alleen Turks geld aan en dat hadden we niet meer. Gelukkig
hielpen de chauffeurs ons en wisselden ze onze marken in voor Lira. Eindelijk
kregen we na veel vijven en zessen onze visa. Zeulend met onze bagage begaven we
ons naar het centrum. Op een hoger gelegen terras tussen twee moskeeën in
hielden we theepauze. We besloten in deze stad maar geen hotel te nemen om ons
te kunnen wassen of om gewoon eens op een zachte matras te kunnen slapen. Nee,
we zouden van de situatie gebruik maken om de stad Edirne (in Byzantijnse tijden
bekend onder de naam Adrianopel, waar veel aartsbisschoppen vandaan kwamen)
nader te gaan verkennen. Daar kwam echter niet veel van terecht.
Clim legde zich in de schaduw van een struik in een park te slapen. Jos zat wat
te lezen, deed inkopen (brood en limonade) en ging bij een bank precies wisselen
wat hij dacht nodig te hebben om de treinkaartjes (2 enkeltjes Sofia 2e klas) te
kunnen betalen. In de middaguren brachten we een bezoek aan de Selimeniye
Moskee, een indrukwekkend moslims bedehuis annex ziekenhuizen, armenkeukens en
theologische scholen, met een viertal slanke minaretten, gebouwd in de 16de eeuw
door de bekende bouwmeester Sinan. De bagage vormde echter een blok aan ons
been; we konden onze tassen ook nergens in verzekerde bewaring afgeven. We
besloten dan ook om zo snel mogelijk weer terug te keren naar hot station in
Kapikule. Bij het plein waar de dolmusjen stonden verzameld , dronken we een
paar koele pinten. We trachtten hier onze warme flessen bier om te ruilen tegen
koude. De kastelein had echter alleen tapbier. In dat kiraathane (speelhuis,
hier wordt gekaart, getriktrakt en Turks gejokerd) maakten we aan het tafeltje
naast ons de eerste slaande herrie mee die we in Turkije gezien hebben. Jos zag
het aankomen, hij herkende de agressieve blik in de ogen van de aanvaller vanuit
zijn ervaringen met de Turkjes in zijn klas. De vechtpartij werd gesust en de
vechtjas belandde op de stoffige straat.
Ons laatste dag op Turkse bodem ontbeten we in een wel erg smerige lokanta. Daar
zaten ook een Turkse Duitser met zijn vriend van de body ‑ building school,
sorry, fitness center, beide in korte broek. Om zes uur konden we met een
minibus naar het ‘t station. Het busje was niet vol, dus werd een hoger tarief
berekend. Toen er onderweg nog mensen instapten die ook de volle prijs
betaalden, begon Jos te protesteren. We hadden nog maar weinig geld, dus hij
moest zuinig zijn. Hij kreeg echter geen geld terug: afspraak was afspraak. Onze
mede-inzittenden keken ons misprijzend aan. Zij dachten dat we rijke toeristen
waren die voor een dubbeltje op de eerste rij wilden zitten.


|