|
|
VERKENNINGZondag 22 februari Het ontbijt is bij de kamerprijs inbegrepen. Het stelt niet veel voor. Een beetje smeerkaas, maar geen vlees of eieren. Gelukkig is het brood lekker vers en is er boter en zijn er diverse soorten jam beschikbaar. Opvallend zijn de grote hoeveelheden olijven waaruit je een keuze kunt maken. De koffie is naar mijn smaak ondrinkbaar, dus ik besluit het de volgende keren bij gewone çay (thee) te houden. Na een gesprekje met de nachtportier, die blijkbaar ook 's morgens dienst heeft (het personeel in dit soort landen hoeft niet hard te werken, maar het maakt wel lange dagen). Door het oude Beyoğlu dat op de heuvel ligt geplakt daal ik door de nauwe straatjes af naar de kaden van Karaköy. Onderweg hou ik even halt voor de Galata- toren (Galata: verbastering van het woord "Kelten". Rond het begin van de jaartelling hadden die zich hier tijdelijk gevestigd), een markant punt in de wijk. Sinds 1983, toen ik er met Clim voor het laatst was, is het bouwwerk terdege opgeknapt. Het is nog niet druk op straat, de mensen slapen uit op de zondagochtend. Ook aan de aanlegsteigers van Karaköy is het rustig. Ik maak een ontspannen praatje met een bescheiden jongeman uit Erzurum die zijn beperkte Engelse woordenschat wil uitbreiden. (Erzurum: Grote stad in het oosten van Turkije. Het omliggende platteland is zeer onvruchtbaar en levert dan ook grote stromen migranten naar Istanbul en de westerse landen in Europa. Is hooggelegen; streng landklimaat. Werd in de jaren zeventig verwoest door een zware aardbeving.) Ik speld hem op de mouw dat mijn vrouw overdag een zware baan heeft en tevens voor mijn zeven kinderen moet zorgen (waarvan de eerste vijf jongens zijn), terwijl ik onbekommerd van mijn vakantie geniet. Dat vindt hij prachtig en prijzend slaat hij me op mijn schouder. De macho's….
Waar de Gouden Hoorn (rivier van 7 km lang; eigenlijk meer een ondergelopen vallei) uitkomt in de Bosporus lag vroeger een smalle pontonbrug, de zogenaamde Galata - brug. (Bosporus: Een nauwe zeestraat die de Zwarte Zee verbindt met de Zee van Marmara, en dus ook met de Middellandse Zee. Volgens de laatste bevindingen ontstaan zo'n 7.500 jaar geleden. De Zwarte Zee was oorspronkelijk een klein zoetwatermeer. Toen de gletsjers na de ijstijden begonnen te smelten steeg het zeeniveau drastisch. Op een gegeven moment stroomde de Middellandse Zee over in het bekken achter de landengte en ontstond de huidige zoutwater Zwarte Zee. Vijf jaar lang veroorzaakte dit een gigantische waterval, honderd maal krachtiger dan de Niagara Falls. Eenzelfde verschijnsel, maar dan eerder, deed zich voor bij Gibraltar waar de Atlantische Oceaan het mediterrane bekken instroomde. De waterval die toen ontstond schijnt nog veel majestueuzer te zijn geweest.) Die brug kon de toenemende verkeersdruk niet meer verwerken en is vervangen door een moderne zesbaansbrug, gebouwd door een Duits concern. Het is er nog altijd druk, maar de chaotische levendigheid is verdwenen. Tegenwoordig zijn de vissers die hun vangst aan voorbijgangers verkopen gehuld in piekfijne historische pasjakostuums, een knieval voor de toeristenhorden.
Ik steek de brug over en ga direct weer omhoog naar de centrale pleinen waar de bezienswaardigheden liggen. Die liggen hier zij aan zij: de Aya Sophia, de Sultan Ahmet (ook wel genoemd de Blauwe Moskee), het Topkapi - paleis met het serail (Het weelderige paleis van de sultan met omringende tuinen en bijgebouwen. Momenteel een museum) en de Harem, het Archeologische Museum, de Yerebatan Cisternen, het Hippodroom en nog verscheidene musea. Het weer is te mooi om ergens binnen te gaan. Ik daal af naar de westkant van de heuvel door een wijkje waar ik nog nooit eerder ben geweest. Daar stuit ik op veel sporen van de authentieke bebouwing uit vroeger tijden: houten herenhuizen, al of niet in deplorabele toestand. Langs de dichtbebouwde oevers van de Bosporus en de Zee van Marmara maak ik een omtrekkende beweging tot aan de zgn. Kleine Aya Sophia. Tegenwoordig is dat een moskee in restauratie. In de visserswijk Kumkapi ga ik weer omhoog de stad in. Onderweg eet ik aan stalletjes kleine hapjes, zoals broodjes döner en sosis.
Ik kom uit in de wijk Beyazit waar het hele centrale plein bezet wordt door marktkraampjes. In de buurt ligt ook de Universiteit (met mooie toegangspoort en toren) en de Kapali Carsi, de overdekte Bazaar. Ik heb er vandaag zin in en loop zonder echt te rusten door naar de grote Suleymaniye, een enorme moskee van de hand van meester-architect Sinan. Rondom de moskee ligt een uitgebreid complex van ziekenhuizen, bibliotheken, scholen, armenkeukens en dergelijke; allemaal uit de zestiende eeuw. Opnieuw ga ik de heuvel af en beland ik in de Egyptische Bazaar, de Misr Bazari. In een onooglijk park aan de rand van de Halic (Turkse naam voor de Gouden Hoorn) zit ik een tijdje in het zonnetje te lezen. Daarna wandel ik via nog niet verkende wijken terug naar mijn hotel. Ik wil eerst gebruik maken van de Tünel (Eigenlijk meer een overdekte tandradbaan naar de top van de heuvel), maar die blijkt elke zondag vanwege onderhoudswerkzaamheden gesloten te zijn.
‘s Avonds maak ik nog een korte avondwandeling. In mijn buurt ligt ook het viersterrenhotel Mercur, vroeger was dit het Etap Marmara Hotel waar Clim en ik in 1983 de westerse kranten kochten. We zaten vlakbij ingekwartierd in de hoerenbuurt. De gazino's (Turkse verbastering van casino, met kansspelen en animeermeisjes. Fundamentalisten willen ze nu verbieden.) en nachtclubs liggen er nog steeds, maar de slonzige hoeren zijn verdwenen. Rond half tien ben ik terug op mijn kamer. Tijdens deze vakantie zal ik dit ritme aanhouden: tegen negen uur 's morgens ontbijten, na negen uur 's avonds terug. Tot twaalf uur hou ik me bezig met de schriftelijke cursus Turks die ik bij me heb, inclusief cassetterecorder/walkman om de Turkse teksten te beluisteren.
|