|
|
DWARS DOOR EUROPA
Dag
28
|
Teruggejaagd naar busNa enkele uurtjes bereikten we de grens. Daar begonnen de formaliteiten opnieuw. In mijn eentje liep ik alvast naar de Bulgaarse grens om daar een visum te kopen om zo oponthoud te voorkomen. Daar was ik te voet echter niet welkom en snauwend en met de stengun op mijn buik gericht werd ik weer Turkije ingestuurd. Enfin, eenmaal in Bulgarije ging de reis weer voorspoedig. Bij een wegrestaurant maakte ik alle ontvangen Bulgaarse levs op aan een voorraad drank voor onderweg. 's Nachts stopten de chauffeurs op schijnbaar afgesproken plaatsen om met Bulgaarse zwarthandelaars zaken te doen. Zij combineerden dit met de sanitaire stops. |
|
Bij
het krieken van de dag slopen we Joegoslavië binnen.
Dit land is bijna 1.100 km lang, een afstand die we binnen een dag
aflegden. Hier en daar werd
gestopt bij een restaurant, maar ik kon toch niets eten.
De chauffeurs betaalden de benzine die ze tankten niet met baar geld,
maar met goederen in natura zoals drank en sigaretten.
Een keer waagde ik het een kop soep te drinken.
De gevreesde reactie van mijn darmen bleef uit: dit was een mentale
opsteker. Naast mij in de bus zat een jongen van een jaar of vijftien. Hij
woonde pas twee jaar in Minden en sprak nog nauwelijks Duits.
Hij was al te oud toen de gezinshereniging plaatsvond.
Ik heb niet veel met hem gepraat; meestal probeerde ik te slapen, maar
dat ging me niet al te best af.
In
de bus zat ook een blond Nederlands meisje, M. uit Doetinchem.
Zij had Turkije met een Turkse vriend een twee weken durend bezoek
gebracht. De vriend, Rafet,
woonde ook in Doetinchem, waar
hij een goede baan als tolk/voorman in een fabriek had.
In Turkije had hij op de universiteit gezeten.
Hij reisde ook mee terug naar Nederland. Hij vertelde me over zijn militaire diensttijd in Turkije.
Hoewel hij toen al in Nederland woonde, moest hij deze toch vervullen
aangezien hij geen geld genoeg had om het af te kopen.
De kosten daarvan zijn .... fl 14.000,-! Een melkkoetje voor de Turkse regering dus.
Rafet sprak bijna accentloos Nederlands (geleerd in 6 jaar tijd,
relatief kort voor een al ouder iemand) en kwam uit Corum.
M. was secretaresse geweest bij een welzijnsstichting, waar ze
elkaar hadden leren kennen. Aangezien
ze niet getrouwd waren. mochten ze in Turkije in de meeste hotels niet op
één kamer slapen. Zodoende
waren ze genoodzaakt geweest steeds dure hotels te nemen; daar keek men niet
zo nauw, als het geld maar binnen kwam. Zij
vertelde me ook dat zij nogal wat problemen had gehad met haar familie die
haar verhouding met een Turk, hoe welopgevoed ook, niet pikten.
Ze hadden inmiddels wel geaccepteerd dat zij met Rafet samenwoonde,
maar trouwen? Ho maar, dat diende
ze uit haar hoofd te laten. Ik
kon die reactie van haar Doetinchemse omgeving niet helemaal begrijpen: die
Rafet was een van de meest beschaafde Turkse jongemannen die ik ooit had
ontmoet. Op de stopplaatsen van
de bus sprak ik met hem over het regiem,
waar hij een tegenstander van was. Vooral het lot van de vakbonden ging
hem ter harte. Hijzelf was ook
bij het NVV aangesloten. In
Turkije is de toestand momenteel zó dat ze Wim Kok bijvoorbeeld zouden
executeren vanwege terroristische activiteiten.
Dit laatste begrip is namelijk zo rekbaar als zij zelf wensen. Toen ik
Rafet vertelde over mijn kontakten met Niyase, de militair, moest hij echt
opkijken. Dat ik me daarvoor geleend had!
De
laatste dag van mijn reis was aangebroken.
Ik kon er niet om treuren. Ik
zou blij zijn als ik alleen in mijn bed mijn ziekte zou kunnen uitkuren.
Zonder problemen bereikten we Oostenrijk. In een gezellige "Stube"
bestelde ik opnieuw een kom soep, deze keer
een stevige goulashsoep. Ook
deze viel goed. Op de valreep
besloot ik nog gauw een frietje te eten.
Uiteindelijk had ik al zes dagen niet gegeten, dat kan nooit goed zijn. Ik had wel geen echte trek, maar werkte toch de friet met een
"Bockwurst" met mosterd naar binnen.
Per slot van rekening kon ik niet volledig verzwakt in Roermond
aankomen.
Om een uur of zeven kwamen we in München aan. In de restauratie van de Hauptbahnhof knapte ik me in de ruim bemeten toiletten op. Deze waren gelukkig gevrijwaard van junks, daar had ik nou net geen behoefte aan. Ik kocht wat tijdschriften in en dronk veel koffie om mijn slaap te verdrijven.
|
Met geweld gefouilleerd In 1971 werd ik op de Hauptbahnhof door rechercheurs in burger zonder pardon tegen de muur gekwakt en op verdenking van verboden wapenbezit hardhandig tot op de bilnaad gefouilleerd. Met mijn lange haren, baard en dienstbrilletje leek ik destijds sprekend op een van de voormannen van de de Rote Armee Fraktion (RAF), een zekere Frits Teufel. Een uur eerder, zo lazen we achteraf in een 'Zeitung', had de RAF een gewapende overval op een bank gepleegd waarbij twee doden te betreuren vielen. |
Om half
negen verscheen ik weer op het plein waar onze bus om
negen uur zou vertrekken. Ik
schrok enigszins: er stonden wel honderd mensen op dezelfde bus (die van
Innsbruck zou komen en dan al halfvol zou zijn) te wachten.
De meesten waren Engelsen en Nederlanders, afkomstig uit Griekenland en
Joegoslavië, waar ze de vakantie hadden doorgebracht. Na enig navragen kwam ik er samen met M. bij toeval
achter dat er ook een Engelse bus naar Keulen en Luik zou rijden; die zou
slechts 8 passagiers vervoeren. Ik bedacht me geen ogenblik en reserveerde een
plaats tot Keulen. Ik wilde dat
uit eigen zak betalen, maar dat bleek niet nodig. Te elfder ure verscheen er een Duitse parttime kracht ten tonele die
bereid was de gestrande Magic Bus-passagiers tot in Nederland bus-, respectievelijk treinkaartjes voor te schieten.
Alle Hollanders bleken toen plotseling bereid met de trein te reizen.
Enfin, mijn voorbeeld (een toevalstreffer overigens hoor!) deed volgen
en weldra waren wij met een halfvolle Engelse luxebus op weg naar de Duitse 'Domstadt'.
In
Keulen moest ik een uur op aansluiting naar Venlo wachten. Intussen maakte ik
foto's van de Dom die naast het station ligt.
Om kwart over zeven was ik op Nederlandse bodem.
In Venlo moest ik overstappen. Vliegensvlug
kocht ik een enkeltje Venlo - Roermond van het tientje dat ik altijd voor dit
doeleinde verstop onder in mijn reistas.
Genietend van het overbekende landschap om me heen
en het zo vertrouwd klinkende 'plat' dat er gesproken werd, bereikte ik
om 8 uur 's avonds uiteindelijk
Roermond.