|
|
DOLLEMANSRITBuiten was men nog steeds met opruimen bezig. Ook nu werden er via de publieke omroepinstallatie officiële mededelingen gedaan. Met een taxi bereikten we het autobusstation buiten de stad. We hadden geluk. Om 11.00 uur vertrok er een bus naar Istanbul waarin nog plaatsen vrij waren. We hoefden slechts een kwartier te wachten. De bus nam dezelfde weg terug. We hadden nu niet zo veel oog voor het landschap, maar des te meer voor het rijgedrag van de chauffeur. Wat reed die vent krankzinnig gevaarlijk! We zaten op de eerste bank achter hem en konden zijn capriolen en zijn gescheld op de voet volgen. Clim moest af en toe zijn ogen sluiten van angst. De ene roekeloze inhaalmanoeuvre na de andere volgde. Uiteindelijk kwamen we zonder kleerscheuren in Istanbul aan. Onderweg maakte Clim nog een interessante foto van een kazerne waarvan de poort bestond uit twee gigantische geweren.
In Usküdar (aan de Aziatische overkant van Istanbul) kreeg de chauffeur herrie met een passagier die tussentijds wilde uitstappen. Het ging er heet aan toe. Om 17.30 uur bereikten we de terminal Topkapi, eindstation voor bussen in Istanbul. De reis had 5½ uur geduurd, met een uurtje pauze. We namen een taxi naar de wijk Beyoğlu, het zogenaamde uitgaanscentrum. In de rosse buurt Daar namen we onze intrek in een 1e klas hotel, maar dan zonder sterren. Dit hotel Akpalas was gelegen naast een van de duurste hotels van Istabul, het Marmara Hotel waar Jos elke dag zijn buitenlandse kranten kon gaan kopen. Prijs van ons hotel per overnachting: fl 10 per persoon. We zaten hier wel aan de rand van het hoerenkwartier, de rosse buurt. De aanwezige "lichte” vrouwen deden hun naam geen eer aan: ze wogen allen meer dan 100 kg. Veel bordelen werken hier onder de dekmantel van een restaurant. De prijzen liggen rond een tientje per nummertje. In een van zo'n zgn. restaurantjes aten we, veel te duur. We voelden ons belazerd. De rest van de avond slenterden we door de wijk en maakten we een praatje met het jonge, onervaren hotelpersoneel We sloegen eten en drank in via een loopjongen. ‘s Avonds brak er weer een hels noodweer uit. Clim communiceerde met een"arkadasj" aan de overkant van de straat, tegen de loeiende wind in.
|