|
ISTANBUL
Dinsdag 2 augustus
We werden tijdig gewekt per telefoon. Vlug pakten we alles in. Per taxi, die
stonden voor het Marmara ‑ ETAP Hotel dag en nacht gereed, reden we naar het
Sirkeci ‑ station. Jos gaf zijn laatste 150 lira aan de chauffeur als fooi. Het
was acht uur. Op het station kregen we een bittere pil te slikken. De trein
richting Europa zou niet om half negen 's morgens, maar om half negen 's avonds
vertrekken: Een foutje van Jos die een en ander niet goed verstaan en ook niet
goed gelezen had. In ieder geval betekende het dat we nog 12 uur langer moesten
wachten, zonder Turks geld en met een zieke Clim. Deze installeerde zich
onmiddellijk in de wachtkamer in de nabijheid van de WC, terwijl Jos opnieuw
geld (wat overgebleven briefjes van fl 10) ging wisselen om bij een apotheek
medicijnen te kopen.
 |
 |
Toen hij terugkwam was Clim in gesprek met een Turk uit Sarimsakli bij Kayseri.
Deze Yusuf sprak Nederlands, hij had jaren in Schiedam gewoond, maar werkte nu
weer thuis op zijn keuterboerderijtje. Hij was blij weer eens Nederlands te
kunnen praten en schepte daar ook over op tegen vrienden en familieleden die ook
in de wachtzaal zaten en die hij uitgeleide deed naar Duitsland. Jos ging met
deze Yusuf weer de stad in; thee drinken, sigaretjes roken en ijs eten. Nadat
Yusuf afscheid had genomen (hij werd steeds vertrouwelijker en begon al te
vertellen over hoeren en neuken op een boot in Maassluis), ging Jos nogmaals de stad in om
wat te eten en bronwater te kopen, want dit laatste was wat Clim hard nodig had
om zijn vochtverlies aan te vullen. Clim stierf werkelijk duizend doden, Jos had
hem nog nooit zo pips gezien. Hij was onder een hoedje te vangen, zogezegd. Om
zeven uur stond de trein eindelijk klaar. We installeerden ons direct
comfortabel in een coupé voor ons alleen, eerste klas uiteraard. We namen voor
de tweede keer onze medicijnen (Jos tegen verkoudheid en bronchitis, Clim tegen
diarree en buikloop) en trachtten een dutje te doen. Nog twee dagen sporen en we
zouden thuis zijn, althans, dat dachten we in ons optimisme.
Om half negen stipt vertrok de München ‑ Express. Bij elk station in Thracië
stopte hij echter, wat veel tijd kostte. Een conducteur eiste een toeslag van
ons. Waarom mag Joost weten. Jos overhandigde hem wat groezelige bankbiljetten
die hij als aandenken wilde bewaren, maar dat scheen niet genoeg te zijn. Nadat
we voor hem een shagje gedraaid hadden, waren alle problemen ineens als sneeuw
voor de zon verdwenen. Om twaalf uur 's nachts waren we nog steeds in Turkije.
Het slakkengangetje van deze internationale trein was daar debet aan.

Woensdag 3 augustus
Midden in de nacht, pas om 03.00 uur, bereikten we Yanikule, de Turks – Grieks ‑
Bulgaarse grensplaats. Daar begonnen weer de eindeloze formaliteiten van de
douane. Om 06.00 uur waren we 30 km verder, in de Bulgaarse grensplaats
Svilengrad. Daar kwam een norse douanier binnen die onze paspoorten
controleerde. Toen hij bemerkte dat we geen visum hadden (we zaten allebei al
met DM 60 in de hand klaar om dat alsnog te kopen zoals op de heenreis mogelijk
was geweest), gebaarde hij dat we onze bagage moesten openen. Daarna liep hij
weg. We dachten dat controle van de bagage een karweitje voor een andere beambte
was, lieten de tassen open en bloot staan en dutten weer in, ons van geen kwaad
bewust. We schoten pas wakker toen de trein zich weer in beweging zette. Die
douanier had onze passen nog niet teruggegeven en bovendien hadden we geen
visum! In paniek keken we naar buiten en we konden nog net een bedremmeld
groepje toeristen ontwaren dat met bagage en al op het perron stond te wachten.
Toen pas drong de volle waarheid tot ons door... Men had ons vergeten! Als
gevolg daarvan reisden we nu illegaal en zonder enig identificatiebewijs op zak
door een streng communistisch land.
Na ampel overleg besloten we door te reizen naar Sofia.
Illegaal door naar Sofia
Na ampel overleg besloten we door te reizen naar Sofia. De conducteurs vroegen
niets, onze kaartjes waren immers in orde. In Sofia aangekomen (het was
inmiddels middag geworden) moesten we ons opnieuw bezinnen op wat we gingen
doen. Regelrecht naar de Nederlandse ambassade om daar bescherming te zoeken?
Waar was die ambassade? Hoe daar te komen zonder Bulgaars geld? Het leek ons te
overhaast en we hoopten op de welwillendheid van de Bulgaarse autoriteiten.
SOFIA
Ongelovige militia
Allereerst moesten we de politie zoeken. Niemand kon ons vanwege taalproblemen
helpen. Jos nam een half uur tijd om het Cyrillisch alfabet te ontcijferen en
vond toen eindelijk een deur met het bordje militia erop. De politieagenten
geloofden ons verhaal niet en troonden ons mee naar de juffrouw van het
internationale loket, de enige persoon in het grootste station van Bulgarije die
Engels en Frans sprak. Die juffrouw had alles direct in de gaten en was voor ons
een grote hulp. De militia belde naar de grens op en hoorde daar ook hun versie,
wat ons verhaal bevestigde. Toen geloofde men ons pas. We moesten zelf maar zien
hoe we daar kwamen, we moesten in ieder geval terug naar de grens om onze
paspoorten op te halen. Die gaven ze echt niet aan de eerstvolgende trein mee,
er liep trouwens geen volgende trein. In Sofia waren we overigens niet de enige
die pech hadden. Er zat ook een West - Berlijner die met een speciale pas op weg
was geweest naar Iran. Onderweg werd hij ’s nachts in de trein beroofd,
waarschijnlijk door Oost-Duitse volksgenoten die het vooral op zijn West-Duitse
paspoort gemunt hadden. Aldus onze Duitse pechvogel.
Geld op de kop tikken
Enfin, de volgende problemen doemden al weer op. Hoe moesten we geld wisselen
zonder paspoort (want bij zo’n transactie moest je altijd je pas tonen) en
hoeveel geld moesten eigenlijk wisselen? Hoe kwamen we aan kaartjes voor de
reis, via welke weg en hoe duur waren die kaartjes Gelukkig kwamen we met enige
creativiteit en vooral moeite uit die problemen. We wisselden DM 80, waarvoor we
Bulgaarse leva terugkregen, kochten met behulp van topografische tekeningen en
Cyrillisch geschreven plaatsnamen twee enkeltjes Sofia – Plovdiv - Svilengrad 2e
klas en hadden toen nog genoeg geld over om onder in het imposante en moderne
stationsgebouw (1973, prestigeobject) nog wat bier te drinken en worst te eten.
Om 14.00 uur zaten we opnieuw in de trein. In plaats naar de vrijheid van het
Westen reden we nu terug het schemerende Oosten in, terug naar de Turks -
Bulgaarse grens dus.
Mooie stad,
afgrijselijke toiletten
Om 16.30 uur kwamen we in Plovdiv aan. Het was een benauwend
reisje geworden in een bomvolle coupé, bezwangerd met de zoete
aroma's van goedkope Oost-Europese sigaretten. In Plovdiv kregen
we pas om 19.30 uur aansluiting naar de grens, drie uur wachten
dus. Dat gebeurde op een terrasje waar Jos voor het laatst
aantekeningen maakte en Clim de plaatselijke toiletten aan een
nader onderzoek ging onderwerpen. Walgend kwam hij terug. Wat
hij daar aan onhygiënische toestanden gezien had tartte elke
beschrijving. Tot zijn enkels had hij in de prut gestaan. Na
zoiets gezien te hebben, beweerde hij, vond hij Turken op
sanitair gebied nog propere mensen. Jos hield zijn behoeften
wijselijk op. We zaten nog wat naar de meisjes te kijken (zeer
appetijtelijk daar, hoe doen die het eigenlijk op zo'n smerig
wc?) en aten op het stationsplein, gekoesterd door het zachte
avondzonnetje, nog wat Turks brood en eieren. Het centrum is
zeer bezienswaardig met zijn eeuwenoude sloppen en stegen. Ook
staan er nog veel Jugendstil - gebouwen van rond 1900 toen de
stad nog welvarend was.
|
Compartiment voor zwangere vrouwen
In de stoptrein naar Svilengrad werden we afgesnauwd door
verschillende vrouwen. We hadden geen flauw idee waarom
eigenlijk. Later kwam een smoezelige Bulgaarse student van de
Militaire Academie bij ons zitten en hij vertelde ons in
vlekkeloos Frans waarom. We hadden namelijk plaats genomen in
een coupé die speciaal gereserveerd was voor zwangere vrouwen en
moeders met zuigelingen. Die knaap deed trouwens erg vervelend,
hij wilde allerlei cadeautjes en Jos, die hem tot vriend wilde
houden (je weet maar nooit in zo'n totalitaire staat) gaf hem
een gratis pen van de Rabo - bank. Clim werd door hem aan de
tand gevoeld over wiskundige vraagstukken. Gelukkig hoefde hij
niet al te ver te reizen en was hij al gauw verdwenen. Bij elk
stationnetje stapte Clim uit op zoek naar fris water. Steeds
vergeefs. Een keer vertrok de trein erg snel en moest hij een
sprintje trekken om hem nog op tijd te halen. Jos stond hem
vanuit het raam toe te gillen en zijn onvoorzichtigheid te
vervloeken. |
Donderdag 4 augustus
Bewaakt door
douaniers
''Passporten, bitte.” Dat was het enige wat die douaniers in
het Duits konden zeggen. Wij antwoordden: "Kein Passport. In
Svilengrad, Douane, Zoll, Grenze.” Hij begreep ons niet en
dacht dat wij pas aan de grens ons paspoort wilden laten zien.
Hij werd kwaad en begon te schreeuwen. "Ich Douane", zei hij,
wees op zijn borst en deed vervolgens een schijnaanval naar zijn
pistoolholster. We hielden ons maar gedeisd. Hij maande ons mee
te gaan naar zijn meerdere.
Die superieur sprak wel zijn talen, maar was te lui om zich
ook maar iets in te spannen, dus liet hij zijn ondergeschikte de
kastanjes uit het vuur halen. Hijzelf zat met zijn vadsige kont
prinsheerlijk in een geblindeerde coupé zichzelf koelte toe te
wuiven. We werden verplicht bij hem te blijven zitten en in
diverse talen over koetjes en kalfjes te keuvelen. Het werd nog
bijna gezellig ook...
|
 |
Terug naar
Turkije
Aan
de grens werden we direct uitgeleverd aan de lokale politie. We
moesten onze intrek nemen in de stationshal en mochten die niet
verlaten. We kregen geen nieuw visum, ook niet tegen het dubbele
van de oorspronkelijke prijs. Wel kregen we onze paspoorten
terug en mochten we met de eerstvolgende trein terug naar
Turkije. Daar moesten we maar een visum trachten te kopen. De
douanier liet zich niet vermurwen en er zat dus niets anders op
dan wachten op de volgende internationale Istanbul Express. Die
verscheen om vijf uur ‘s nachts. Op Kapikule in Turkije stapte
Jos uit om poolshoogte te nemen. De Turkse politie was met ons
geval bekend en adviseerde ons vriendelijk niet naar Istanbul te
gaan, maar in Edirne (zo'n 15 km verderop) bij het consulaat een
visum te halen. Clim zat ondertussen in de coupé met een jongen
uit Zwolle te praten die ze in Joegoslavië van al zijn kontanten
beroofd hadden. Gelukkig had hij in Istanbul kennissen, waar hij
geld zou kunnen lenen. Het paspoort had hij nog. |
|


|